PhD-leven

Dingen die voorbij kwamen – 2018

Afgelopen jaar was een drukke. Zowel wat betreft agenda, als in mijn hoofd. Ik deed gave dingen en leerde wijze levenslessen. Kwam tot totaal andere conclusies dan vorig jaar, en kreeg mijn PhD weer op de rit. Genoeg dus om jullie onder het genot van een kopje koffie even bij te praten over wat er allemaal voorbij kwam in 2018.

Ik waande me even tijdelijk kunstenaar.

In het begin van het jaar deed ik een samenwerkingsproject met studenten van het Rietveld. Ze maakten een kunstwerk naar aanleiding van mijn PhD en die was vervolgens drie dagen te bewonderen in het Stedelijk Museum. Tijdens de opening voelde ik mij totaal niet op mijn gemak, maar op het Rietveld zelf voelde ik me als een kind in een speeltuin. Door dit project realiseerde ik mij hoeveel voldoening het geeft om iets te creëren, om concreet resultaat te hebben. Mede hierdoor ben ik afgelopen maanden veel meer bezig geweest met dingen waar ik mijn eigen creativiteit kwijt kan, want dat is echt iets wat ik de afgelopen jaren niet voldoende heb gekund.

Ik kwam af van mijn presentatie-angst.

Mijn grootste nachtmerrie ooit werd werkelijkheid, en guess what? Ik adem nog steeds. Dus die angst kan ook weer overboord, want dood ga ik er niet aan. Ik ben nu zelfs op het punt waarvan ik denk dat als ik het wat vaker ga doen, ik er nog lol in ga krijgen ook.

Ik werd een expert in ecosystemen.

Grapje natuurlijk, maar dat was wel de titel van het radio-fragment wat uitgezonden werd op radio 2. Vreemd genoeg komt die titel wel overeen met een realisatie die ik pas veel later in het jaar had. Zoals veel mensen wel weten, vind ik het lastig dat mijn onderzoek niet echt in een hokje valt. Door (paleo)klimaatmensen word ik ‘wiskundige’ genoemd, wiskundigen vinden mij veel te toegepast om ook maar een beetje de moeite waard te zijn, en voor (veld)ecologen ben ik er zo eentje die alleen maar met abstracte modellen speelt. Op welk congres ik ook was, nergens voelde ik mij echt op mijn plek en vaak kreeg ik zelfs een soort van vijandige reacties als ik mijn onderzoek moest presenteren. Totdat ik aan het begin van dit jaar naar het NAEM ging (Netherlands Annual Ecology Meeting). Voor het eerst waren mensen echt geinteresseerd in mijn resultaten en had ik leuke gesprekken over de implicaties van mijn resultaten. Ik voelde me een beetje op mijn plek, maar zag ook nog steeds verschillen. Het moment waarop echt alles op zijn plek viel, was pas in december, toen ik deelnam aan de cursus ‘Consumer-Resource Interactions in times of Global Environmental Change’. De week was intens, maar het voelde als een warm bad. Vanaf nu weet ik dan ook waar ik mensen kan vinden met dezelfde, brede interesses als ik en die ook houden van (simpele) modellen: in de theoretische ecologie. Het heeft even geduurd, maar op de valreep heb ik dan toch gevonden waarin ik verder zou willen (mits er een postdoc te vinden is, anders dan zal ik een van mijn andere toekomstplannen uit de hoed toveren).

IK PUBLICEERDE MIJN EERSTE ARTIKEL!!!

Dit mag in captions, want hallo, ik publiceerde mijn eerste artikel.

Ik maakte tijd vrij voor andere projecten dan mijn PhD, juist op het moment dat tijd kostbaar begon te worden.

En besloot in de zomer twee maanden van mijn schaarse tijd op te geven om met andere mensen samen te werken. Dit ging wel van de tijd af die ik nog over zou hebben voor mijn eigen PhD, maar ik was totaal alle energie voor mijn eigen project kwijt en ik dacht dat ik hier weer energie van zou krijgen. Dat had ik helemaal goed, want door de progressie die ik in korte tijd maakte, kreeg ik weer vertrouwen in mijn eigen werk en lukte het mij om in september ook mijn eigen PhD weer op de rails te krijgen. Bovendien is samenwerken veel leuker dan in je eentje aankloten. Mijn PhD kan dan ook niet snel genoeg over zijn, want alhoewel ik heel veel geleerd heb van het proces, werk ik toch veel liever samen dan in mijn eentje.

Ik ontdekte dat ik lesgeven echt heel leuk vind.

En dat ik het allerliefste parttime les zou geven op de universiteit. Helaas liggen die banen allesbehalve voor het oprapen, dus wordt er ook hard gewerkt aan een plan B. En C.

Ik leerde wijze levenslessen.

Tegenwoordig heeft iedere millennial wel een burn-out. Aan het einde van 2017 dacht ik zelf dat ik ook prima in dat plaatje paste en nam mijzelf dan ook voor dat ik veel meer rust moest nemen. Ik gooide al mijn creativiteit in het visualiseren van waar ik nu was en waar ik wilde zijn en dat alles tekende ik allemaal uit met kleurtjes. Een woord wat heel veel terugkwam was ‘rust’, want het leek alsof ik daar behoefte aan had. Leek, want inmiddels ben ik erachter dat ik alles behalve een burn-out had. Ik moest helemaal niet rustiger aandoen en minder hooi op mijn vork nemen, ik had mijn ambities veel te veel ingeperkt. Ik dacht dat ik alleen succesvol wetenschapper kon worden als ik al mijn tijd in mijn PhD zou stoppen, want dat was immers mijn passie.

Behalve dan dat dat helemaal niet mijn enige passie was. Er zijn veel meer dingen die ik leuk vind, en juist van die afwisseling krijg ik energie. Ik heb ruimte nodig om eigen projecten op te pakken, om mijn nieuwsgierigheid de vrije loop te laten en om plannen te maken voor de toekomst. Er zijn zoveel dingen die ik nog zou willen doen en maken, dat ik een deel van mijzelf een tijd volledig onderdrukt heb. En als een beer in een te klein hok in de dierentuin, werd ik daar niet gelukkig van. Afgelopen jaar gaf ik mijzelf beetje bij beetje wel die ruimte en ik zit nu zoveel beter in mijn vel dan in deze periode vorig jaar.

Misschien ook omdat ik kan nadenken over de periode na mijn PhD. De dingen die ik zou willen doen en maken. Ik heb nog zo’n lange waslijst, dat ik uitkijk naar de periode na mijn PhD, maar het tegelijkertijd ook doodeng vind, want dat betekent ook dat ik er echt wat mee moet gaan doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *