PhD-leven,  Wetenschapscommunicatie

Mijn dag als filmster.

Twee weken geleden was dan eindelijk de grote dag: ik mocht voor een dagje filmster zijn. Als echte blogger had ik daar natuurlijk een ‘photo diary’ van moeten maken, maar dat heb ik niet gedaan. Ik had het te druk met mijn sterallures en het hebben van stress om ook maar enigszins aan foto’s te denken. Gelukkig heb je als filmster mensen die dat soort dingen voor je regelen, dus ik heb vijf foto’s doorgestuurd gekregen van de producer en daar heb ik iedereen al mee doodgegooid op Instagram. Helaas dus geen foto’s, maar wel een ontzettend uitgebreide en relevante beschrijving van de draaidag.

Ik had al een keer eerder voor de camera gestaan, dus ik wist wat ik kon verwachten: drie setjes kleren mee, geen strepen, geen stipjes, geen wit, geen grote merknamen en niet teveel met je benen trillen want dat hoor je op het geluid. Desondanks was ik vrij  zenuwachtig op de ochtend zelf. De reden? Ik had in de dagen ervoor echt heel weinig tijd gehad om mijn tekst door te lezen en in de plaats van zes regels, had ik deze keer drie pagina’s aan tekst. Daarnaast had ik het vooruitzicht van de hele dag een camera op mijn snufferd en ik ben van mijzelf al vrij ongemakkelijk, laat staan als je de hele dag een team van vier man om je heen hebt dartelen. Oh en ik moest ook nog eens zinnige dingen zeggen, want ik ben een wetenschapper en dit filmpje blijft tot in de lengte der dagen bestaan. Verder geen druk hoor.

Met gezonde spanning sprong ik de ochtend van de draaidag op de fiets. Ik had mijn haar in een soort van halve knot op mijn hoofd, want dat heb ik vaker als ik fiets zodat mijn haar niet verandert in coupe orkaan tijdens het fietsen. Helaas vergat ik in de blinde paniek van die ochtend om die knot weer uit te doen, waardoor ik nu ben vereeuwigd  met een soort van mislukte palmboom op mijn hoofd. Je weet wel, zo eentje die je moeder vroeger bij je maakte toen je twee was. Dit alles had voorkomen kunnen worden als mijn hersenen de subtiele opmerking “als je nog iets aan je haar wilt doen, daar hebben we gewoon tijd voor hoor!” hadden begrepen, maar dat was helaas te hoog gegrepen op dat moment.

Verder werd op het laatste moment de set, a.k.a. mijn kamer, verplaatst naar een andere kamer, want op televisie is niks echt en mijn kamer in het filmpje is dan ook helemaal niet mijn kamer, maar die van mijn secretaresse. Zij had namelijk geen vergadering in de ruimte voor haar kamer, dus dat was beter voor het geluid. Voor het licht werden er even wat lampjes uitgedraaid en na een luttele anderhalf uur stond mijn kantoorscene van 30 seconden er dan eindelijk op. Konden we lekker meteen in één keer door met mijn favoriete scene: de introductie. Stel je voor, je staat op een parkeerplaats voor de universiteit waar continue mensen langslopen en dan moet je 10 minuten lang spontaan lachen en van poses wisselen a la Holland’s next topmodel(er) (hahahaha, ik ben zo grappig). En dan dus een palmboom op je hoofd. Na drie minuten deden mijn wangen pijn en begon ik ongemakkelijk om mij heen te kijken, maar het leven van een actrice gaat dan ook niet over rozen (true story, kijk maar) .

Al met al verliep de ochtend eigenlijk heel soepel en stonden de meeste dingen er wel snel op, waardoor we op tijd konden beginnen aan mijn favoriete deel van de dag: lunch. Er was heuse catering aanwezig in de vorm van appels, eierkoeken, quinoa-Sultana’s en water, maar dat is natuurlijk niet voldoende als lunch, waardoor ik de taak op mij nam om eten bij elkaar te sprokkelen, terwijl zij nog een of andere scene opnamen zonder mij. Eten vinden is een van mijn talenten en ik was dus vrij snel terug met een bord vol met eten. De scene duurde allemaal wat langer, waardoor ik lekker met mijzelf op de parkeerplaats kon wachten, terwijl ik ondertussen klem werd gereden door vijf oude autootjes vol met jongens uit Brabant die met elkaar aan het discussiëren waren of ze wel of niet naar de snackbar zouden gaan om te vieren dat het vakantie was. Omdat ik op dat moment niet bijzonder herkenbaar was als filmster, stond ik er dan ook maar een beetje lullig tussen met een bord vol groentenwraps en een bolderwagen vol met filmapparatuur. Voordat we echt konden gaan lunchen, kluste ik trouwens ook nog even bij als visagiste, want omdat het ondertussen bijna dertig graden was moesten wij allemaal een dikke laag poeder op om ons zweet te verbloemen. Over meerdere levensdoelen op één dag aftikken gesproken…

Na de lunch mocht ik eindelijk mijn lange broek uit en mijn hardloopkleding aan. Waarom? Het filmpje gaat toch over mijn onderzoek? Ja, dat is waar, maar blijkbaar komt mijn onderzoek het beste tot zijn recht als ik daarbij van de ene naar de andere scene hol. Bovendien was het achteraf heel fijn, want ik mocht een korte broek aan en omdat mijn hersenen een beetje waren gekalmeerd, begreep ik de hint “Doe je straks bij de hardloopscenes wel even je haar in een staart?”, waardoor ik er niet het hele filmpje uit zal zien als een kleuter van drie.

Tijdens het opzetten van het experiment besloot ik dat het tijd was quinoa-Sultana’s want ik had honger. Nu zijn die dingen ongetwijfeld hartstikke gezond, maar niet echt fijn als je daarna nog moet praten, want ze zijn zo gortdroog dat je gehele speekselproductie ermee lijkt te stoppen. Een halve liter water later was alles weer in orde en was ik er helemaal klaar voor. Ik moest nog wel veel tekst, maar ik had er wel vertrouwen in omdat het allemaal kleine stukjes tekst zouden zijn en ik dus maar steeds een paar regels hoefde te onthouden.

Dus niet. Ik mocht vijf keer 15 minuten aan tekst eruit gooien. Daarna zag ik het leven als actrice niet echt meer zitten en vond ik mijzelf de allergrootste kneus ever, want ik had het meerdere keren over moeten doen en ik was zelf nog steeds verre van tevreden. Gelukkig valt het wel mee met mijn perfectionisme, had niemand zin om het nog een keer te doen en had ik gezien wat de edit-mensen voor een wonderwerk hadden verricht met mijn geklungel van de vorige keer, waardoor ik er wel een beetje vertrouwen in had dat ze er nog wat van konden knippen. Sowieso is het knap hoe die mensen meer dan een uur aan gebrabbel kunnen reduceren tot vier minuten tekst zonder dat het lijkt alsof er in geknipt is.

Door deze lange scene en nog andere dingen filmen waar ik echt geen rekening mee had gehouden, tikte de tijd langzaam weg en bleef er weinig tijd over om van het zonnetje te gaan genieten in mijn tuin. Hoefde ook niet, want tijdens het experiment had ik blijkbaar de hele tijd met mijn rug in de felle zon gestaan, waardoor mijn hele rug knal verbrand was. De oplettende lezer/kijker kan dan ook in september mijn rode rug spotten in het eindshot (wel goed opletten, want ik sprint keihard weg en ga natuurlijk zo snel als een echte Bolt betaamt).

Ondanks  de palmboom, de stress en de kreeftenrug, zou ik het zonder twijfel zo nog een keertje doen. Ik mocht een beetje rennen, mijn gezicht werd gepoederd en werden slechte grappen gemaakt. Dat alles redelijk vlekkeloos verliep, ondanks dat er een totaal groentje voor de camera stond, was met name te danken aan het briljante team erom heen. Volgens mijn callsheet waren het een producer (produceres want het was een vrouw), een regisseur/presentator, geluidsman, cameraman en een klant. De klant heb ik nooit gezien, maar de andere vier waren echt top. Het fijne was dat ze ook allemaal sarcasme begrepen en toepasten, dus ik heb de dag van mijn leven gehad.

En ik vond acteren verbazingwekkend leuk. Nu moest ik natuurlijk voornamelijk mijzelf spelen en dat is niet heel moeilijk en ik heb het eindresultaat nog niet gezien, maar ik voorzie hier misschien een nieuwe hobby…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *