PhD-leven

Nog (ietsje minder dan) 3 maanden.

Ik lig in mijn pyjama op de bank en luister naar een podcast. Drie mannen zijn met elkaar in gesprek over hoe mannelijk zij zijn op feestjes. Ondertussen loopt er voor mijn huis een vrouw langs met haar poedel. Ik zet de podcast uit. Het is tijd om weer wat te gaan doen.

Het is even wennen aan de vrijheid die je hebt in de laatste maanden van je PhD. Ik kon mijn hele PhD al mijn tijd flexibel indelen, maar begin november besloot ik om de laatste maanden vooral thuis te werken. Op deze manier heb ik de meeste controle over mijn tijd. Er zijn geen collega’s die binnen komen lopen met vragen. Ik kan eten wanneer ik honger heb, beginnen met werken wanneer ik wil, en als mijn hersenen even niet werken, dan kan ik mooi de was meteen even opvouwen.

Klinkt ideaal, maar in het begin was het gebrek aan routine best lastig. Sommige ochtenden was het moeilijk om te beginnen, zeker als er ook nog vier aflevering van een willekeurige Netflix serie op mij lagen te wachten. Ook voelde ik mij echt vaak schuldig. Schuldig omdat ik het gevoel had dat ik maar een beetje aan het schrijven en nadenken was, terwijl andere mensen een echte baan hadden. Een baan met verplichtingen, vergaderingen en koffiepauzes, terwijl ik hier maar een beetje rondliep in mijn pyjama en wat stukjes typte op mijn computer.

Ook was het best eenzaam. Toen ik begon met mijn PhD wist ik dat ik het voornamelijk in mijn eentje zou moeten doen en dat dit eenzaam zou kunnen zijn. Ik had mij alleen niet gerealiseerd hoe eenzaam. Op sommige dagen was mijn uitje van de dag een bezoek aan de supermarkt. Om alvast eten te halen voor die avond, maar ook als excuus om fatsoenlijke kleding aan te trekken – al moet ik ook bekennen dat ik meerdere malen naar de supermarkt ben geweest in mijn pyjama, verstopt onder een lange jas.

Niet zelden was degene achter de kassa dan ook meteen de enige die ik sprak die dag.

Een andere valkuil van thuis werken is het zwarte gat wat Netflix/YouTube heet. Ik begin regelmatig aan één aflevering of één filmpje, om vervolgens 3 uur later te realiseren dat het inmiddels 2 uur ’s middags is en ik nog steeds niets gedaan heb. Behalve dan dat ik nu op de hoogte ben van de nieuwste make-up trends. Ik draag niet eens make-up.

Wat mij gered heeft is het feit dat de boyfriend in december drie maanden vakantie kreeg. Nog steeds was een groot deel van mijn werk eenzaam, bleef het schuldgevoel en had ik niemand om inhoudelijk mee te sparren, maar toch helpt het om beneden op de bank iemand te hebben zitten die terug praat en je er af en toe aan helpt herinneren dat het tijd is om te eten. Want dat is ook iets wat ik geleerd heb van deze periode thuis: blijkbaar kan ik echt niet voor mijzelf zorgen als ik alleen ben. Regelmatig vond ik dat een rijstwafel met pindakaas telde als avondeten. Nou, dat vond mijn lichaam op het lange termijn dus van niet.

De boyfriend is weer weg, maar ik heb zelf nog drie maanden te gaan. Alleen. Thuis.

Inmiddels ken ik echter mijn valkuilen en heb ik ook wat meer structuur aangebracht in mijn leven. Zo heb ik gewoon om 10 uur een koffiepauze met mijzelf. Mét een koekje. Ik probeer er ook van te genieten, want ondanks dat er nog veel moet gebeuren en het eenzaam kan zijn, krijg ik deze vrijheid nooit meer. Ondertussen ben ik ook nog met ‘de grote vraag’ bezig, want inmiddels is het niet alleen mijn moeder die zich afvraagt wat ik ga doen zodra mijn contract afloopt in juni.

Komende weken houd ik jullie op de hoogte van zowel de mogelijke antwoorden op de grote vraag, als de laatste weken van mijn PhD. Ik ga ervan genieten, de balans opmaken over wat ik geleerd heb, en uitleggen wat ik nou precies gedaan heb al die jaren.

Ik ga nu snel even verder met werken, want vanmiddag gaat het zonnetje schijnen en als ik af heb wat ik af moet hebben, dan kan ik vanmiddag lekker een biertje drinken in de zon.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *