PhD-leven

Stenen likken in Italië.

In de eerste maand van mijn PhD werd ik naar Italië gestuurd om wat meer te leren over paleoklimatologie. Voor mij was dat woord een net zo groot raadsel als voor ieder ander. Gezien de naam van het gekke dieet waar je alleen op mammoet mag kauwen, was dat dan ook de enige associatie die ik had: paleo, mammoet kauwen, dus zal wel over vroeger gaan. Ik weet niet meer of ik voor 2 of 3 weken die kant op werd gestuurd, maar voor mijn gevoel was het in ieder geval lang. Als bonus zou ik op zondagochtend worden opgehaald met een busje vol PhDers uit Utrecht die ik nog nooit had gezien, om daar in 2 dagen mee naar Italië te rijden.

Mijn eerste angst was dan ook dat al mijn Utrechtse collega’s intens naar zweet zouden stinken en ik daar dan twee dagen mee in een busje zou moeten zitten. Mijn tweede angst was dat zij alleen maar over paleo-dingen zouden praten en dat ik binnen no-time door de mand zou vallen als iemand die eigenlijk de ballen verstand heeft van paleo-dingen. Met de zweetlucht viel het allemaal wel mee en ook mijn tweede angst bleek vrij ongegrond. Wel kreeg ik op de heenweg een intensieve crash course meteorologie, maar dat was eigenlijk wel vermakelijk. Geen overhoring over in welke periode de dinosaurussen zijn uitgestorven (dat wist ik niet) en ook geen moeilijk vragen over de volgorde van de geologische tijdperken. Voor eventjes waande ik me dan ook veilig. Ik bedoel een summer school in Italië waarbij je verplicht iedere dag uiteten moet en ijsjes kunt eten, hoe moeilijk kan het zijn?

Wolkje. Ik denk een speciale, maar waarom ben ik vergeten. 

Nou, moeilijk dus. Ik had dus echt geen idee. We hadden iedere ochtend en middag colleges en daarnaast was de summer school met name bedoeld om de andere mensen uit het vakgebied te leren kennen, dus iedere avond was er de mogelijkheid om bier te drinken in de kroeg. Met professoren. Zoiets heet netwerken en dat is heel belangrijk had ik mij laten vertellen, bovendien vind ik bier drinken best wel leuk, dus vol enthousiasme stortte ik mij op het netwerken. Dat deed de rest immers ook. Er waren echter twee kleine struikblokken:

a). Ik had geen idee wie al die mensen waren. Sommige professoren werden aanbeden alsof ze George Clooney himself waren, maar ik had echt geen idee waarom. Zachos-curve? Nog nooit van gehoord. Het fenomeen ‘bekend worden als-de-man/vrouw-van-die-curve’ was mij sowieso vreemd. Ik wist niet dat curves een ding waren.

Kort intermezzo: de Zachos curve is vernoemd naar professor Jim Zachos, de eerste auteur van de paper waar de curve in staat. De curve is een compilatie van de oceanische zuurstof- en koolstofisotopen data uit de Cenozoïcum (66 miljoen jaar geleden tot nu). Die isotopendata wordt gebruikt voor veel verschillende dingen, maar onder ander om ijsvolume en temperatuur te berekenen. Omdat de Zachos curve een goed overzicht geeft van de grote trends in isotopendata van de afgelopen 66 miljoen jaar, wordt dit figuur in praktisch iedere presentatie gebruikt. De curve is een soort van de opper-figuur van alle figuren in de aardwetenschappen en dat maakt Jim Zachos de koning van paleo-aardwetenschappen. Wist ik veel. 

b). Iedereen kende de stof die werd behandeld in de summer school grotendeels al. Natuurlijk had iedereen zijn eigen specialisme, maar ze hadden allemaal paleo-dingen gestudeerd, waardoor ze de helft van de tijd met een half oor konden luisteren en niet echt op hoefden te letten. En ik kan je vertellen, dat is best fijn als je maar 5 tot 6 uur per nacht slaapt gedurende twee weken.

Ik moest wel opletten, want echt alles was Chinees voor mij, dus na drie dagen was ik al helemaal kapot en had ik voor het eerst in mijn leven het gevoel dat ik de allerdomste in de zaal was. Toen wist ik nog niet dat ik binnen een maand dat gevoel zou overtreffen op een wiskundeconferentie, maar dat is weer een ander verhaal. Qua intensiteit waren het dan ook heftige weken, maar aan de andere kant: ik at ijsjes als lunch, ging iedere dag uiteten, sliep in een prachtig dorpje in Italië, leerde nieuwe dingen en mocht hele avonden netwerken (wat toen per direct mijn lievelingsactiviteit werd, want bij gebrek aan inhoudelijke kennis werd dat al snel slap ouwehoeren). We gingen zelfs op excursie, wat dan ook meteen het hoogtepunt was van de summer school.

Met zijn allen lijntjes bekijken in de rotsen met een leuk helmpje op je hoofd. 

We mochten namelijk met een geel helmpje op langs stenen wandelen en er zo nu en dan een stukje vanaf slaan. Als je echt geluk had mocht je zelfs aan een steen likken. Geologen houden er namelijk van om met hamers op stenen te slaan en die dan vervolgens te likken. Ik heb mij laten vertellen dat je zo beter kunt zien of er misschien kleine fossielen in de steen zitten, maar wellicht hebben ze mij dat gewoon wijsgemaakt omdat zij het grappig vonden om mij een steen te zien likken. Je weet het niet. Wel waren ze heel volhardend in hun steen-speekselpraktijken, want niet veel later mocht ik op een stukje kauwen om te bepalen of het klei was of iets anders waarvan ik de naam ben vergeten. Nadat we weet-ik-veel-hoeveel-miljoen-jaar aan steen hadden opgemeten en iedereen op de foto was geweest met de K/T-boundary (behalve ik, want ik vond dat maar gewoon een lijntje gekleurde steen), kregen we in de namiddag een uitgebreide Italiaanse lunch en zoals bij iedereen gaat liefde bij mij door de maag. Om die reden en het gele helmpje, was dit dan ook by far de leukste dag van de summer school.

Na twee weken stapte ik helemaal gesloopt terug op het vliegtuig naar Nederland, maar wel goed doorvoed door alle ijsjes en met een karrenvracht aan nieuwe indrukken en informatie. Ik kan je nog steeds niet de geologische tijdperken in de goede volgorde vertellen en ik vind het ook nog steeds raar dat alle paleoklimatologen hun plaatjes verkeerd om laten zien, maar ik heb mij na de summer school nooit meer dom gevoeld tijdens een paleopraatje. Sterker nog, vaak kan ik het prima volgen en hoef ik alleen maar eventjes aan mijn buurman of vrouw te vragen hoeveel miljoen jaar geleden dat ook alweer precies was. Een professioneel stenenlikker ga ik nooit worden, want daarvoor was ik net niet enthousiast genoeg over de K/T-boundary (praktisch alle andere mensen namen die foto als profielfoto op Facebook), maar de Urbino summer school heeft mij wel geleerd dat het een heel interessant vakgebied is en dat het alleen maar goed is wanneer jij je de domste van de klas voelt, omdat dat ook betekent dat je het meeste kunt leren. Nou, met deze tegeltjeswijsheid sluit ik de boel af. De groeten!

Mijn lievelingsfoto in de categorie ‘met helm’. Ik ben er niet helemaal zeker van wat ik hier aan het doen ben, maar het was warm en ik geloof dat honden zo ook hun warmte verliezen. Al was dit net nadat ik klei had moeten eten, dus misschien had het daar ook mee te maken. Wie weet. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *