Wat is een dynamisch evenwicht en word je er ziek van?

Over iets minder dan zes weken moet ik een boekje inleveren bij mijn begeleiders en de commissie met daarin de resultaten van het werkt dat ik de afgelopen vier jaar gedaan heb. Honderden uren werk, bloed, zweet en tranen en wie gaat het boekje uiteindelijk lezen? Waarschijnlijk niemand. Zo werkt dat nu eenmaal. Omdat ik het wel leuk zou vinden als in ieder geval een paar mensen globaal weten waar mijn onderzoek over gaat, loop ik al een tijdje rond met het idee om een korte podcast-achtige serie of korte filmpjes te maken over de belangrijkste begrippen uit mijn PhD thesis. Probleem is alleen dat ik vaker zulke goede ideeën heb, maar ze zelden tot uitvoering breng. Misschien gaat het er ooit nog van komen, maar tot die tijd zal ik proberen om de belangrijkste begrippen en fenomenen te beschrijven op mijn blog. Ruimte zat. Dus vandaag trap ik mijn dingen-die-je-moet-weten-om-mijn-thesis-te-begrijpen-serie af met de volgende vraag: wat is een dynamisch evenwicht?

“Wat is een dynamisch evenwicht en word je er ziek van?” verder lezen

De eindsprint: mijn plan.

De datum staat al vier jaar in mijn agenda, maar was tot niet zo lang geleden een vrij abstract iets: 8 juni 2019. De dag dat mijn contract bij de universiteit afloopt en ik mijn PhD af hoor te hebben. Hoor, want er zijn maar weinig die het echt voor elkaar krijgen om het boekje af te maken binnen hun contract. Ik lag per toeval spontaan op schema, maar heb de afgelopen weken mijzelf voldoende weten te saboteren – ‘ja joh, ik kan nog wel even twee weken practica geven’ – om het toch weer spannend te maken of ik de deadline ga halen. Kortom, het is tijd voor een plan.

De mensen die mij kennen weten dat ik altijd fanatiek planningen maak, iets wat ik overgebleven uit de tijd dat ik belachelijk veel uren van mijn week besteedde aan sporten en alles er omheen goed moest plannen. De volgende dingen staan nog op de planning:

  • Mijn intro herschrijven (+/- 1 dag voor nodig).
  • Hoofdstuk 2 verbeteren (+/- 5 dagen)
  • Schrijven synthese (+/- 6 dagen)

Dit lijkt allemaal makkelijk te kunnen, want in principe is dit 12 dagen werk, maar dan moeten mijn begeleiders het nog gaan lezen, moet ik wachten op feedback, en dan vervolgens dingen weer aanpassen en dat kan zo ook gewoon weer allemaal vier weken duren. En misschien nog wel belangrijker: dan moet ik ook iedere dag daadwerkelijk wat gaan doen. Het is tijd voor een strak regime en ik ga jullie nu vertellen wat dat precies inhoudt.

Iedere dag om 6 uur opstaan.

Ik werk het beste in de ochtend als de rest van de wereld nog slaapt. Ik hou ook intens veel van mijn bed, dus het kost mij altijd vrij veel moeite om dit langere tijd vol te houden, maar het voordeel is dat het nu weer eerder licht wordt en de boyfriend doordeweeks niet thuis is dus dat ik niemand lastig val met mijn zelfbedachte regime. Door om 6 uur op te staan creëer ik voor mijzelf ruimte om in de middag en avond te ontspannen.

Iedere dag sporten.

De zomer komt er weer aan en als het goed is heb ik deze zomer absoluut niks te doen, dus dat betekent dat het heel belangrijk is dat ik een goed zomerlichaam heb (wat dat ook moge zijn). Grapje natuurlijk, maar ik ga komende zes weken wel iedere dag sporten. Ik ben het productiefst als ik een gezonde tijdsdruk heb. In het verleden kwam die druk altijd doordat ik moest trainen. In mijn eindexamenjaar was ik zeven dagen per week met hockey bezig, tijdens mijn masterscriptie deed ik aan wedstrijdroeien en zat ik elke dag minimaal 1x in de boot. Ik heb er bewust voor gekozen om die druk niet te hebben tijdens de laatste maanden van mijn PhD, maar eigenlijk heb ik daar nu alweer spijt van. Om die reden ga ik mijn eigen schema samenstellen van lacrossen, wallballen (met een bal tegen een muur aangooien), wielrennen, en krachttraining.

Leuke dingen inplannen.

Door bewust leuke dingen in te plannen, voorkom ik dat ik het gevoel heb heel veel mis te lopen. Bovendien kun je ook niet alleen maar urenlang aan je PhD werken, al lijkt het soms op internet alsof andere mensen die een PhD doen met niks anders bezig zijn dan hun onderzoek. Nou, ik niet. Heb best een leuk leven buiten mijn werk om en dat blijft ook zo in de laatste weken. Ik ga alleen wel keuzes maken in welke leuke dingen ik precies ga doen, dus dat brengt mij op mijn volgende punt

Vaker nee zeggen.

Ik zeg te vaak ja op dingen. De afgelopen maanden heb ik om die reden ook af en toe iets af moeten zeggen, of deed ik dat juist niet en liep ik mijzelf voorbij. Komende weken ga ik mijn tijd bewaken als een echte pitbull. Teamweekend? Super leuk, maar zit er voor mij nu echt even niet in. Koffie drinken? Misschien last moment, maar ik leg niks vast. Ik kies even voor mijzelf (en mijn PhD thesis).

Opschrijven welke dingen ik in mijn vakantie wil doen.

Mijn brein is momenteel een soort van heksenketel met allemaal opborrelende ideeën: een podcast maken, blogs schrijven, de trap verven, een weerstation bouwen, mijn boekje opmaken door middel van InDesign, fietsen in het buitenland. Door op te schrijven welke dingen ik wil doen nadat mijn contract is afgelopen, heb ik heel duidelijk voor ogen waar ik mijzelf van beroof door te lummelen en dingen uit te stellen: het behalen van die dingen.

Hoe zorgen jullie ervoor dat je op je productiefst bent? En hoe hou je dat voor langere tijd vast?

Kenmerken van een slechte begeleider.

Of je nou een PhD doet, je thesis schrijft, of je zo goed als kwaad door het leven probeert te worstelen, iedereen heeft ermee te maken: begeleiders en mentors. In je eerste levensjaren noem je diegene vaak papa of mama, maar grote kans dat later in je leven andere mensen die rol gaan vervullen. In tegenstelling tot het kiezen van je ouders, heb je daarin wel een keuze. Inmiddels heb ik er zelf al een paar gehad, in verschillende fases van mijn leven en hoewel ik jullie geen formule kan geven van de ideale mentor, kan ik je wel heel goed vertellen aan welke eisen een begeleider vooral niet moet voldoen.

Lees verdeR

Hoe mijn A2-project volledig uit de hand liep.

Hoe de invulling van jouw PhD-tijd is verschilt per universiteit en zelfs per onderzoeksgroep, maar vaak moet je niet alleen aan je eigen project werken maar daarnaast ook nog vakken volgen en studiepunten halen. Wat je precies moet doen is afhankelijk van de ‘graduate school’ waar jij bij hoort en in mijn geval is dat SENSE (en WIMEK). Van de mensen van SENSE moet je 30 ects halen door middel van vakken en workshops, maar ook het geven van presentaties en het schrijven van artikelen telt mee. Daarnaast moet je een introductievak doen (A1 SENSE Introductory Course) waarin je o.a. een planning maakt voor je PhD, wat uitgelegd krijgt over wetenschappelijke integriteit en geblinddoekt door een bos loopt. De beruchte opvolger van het A1-vak, is een project waarin je jouw onderzoek in context plaatst, het zogenaamde ‘A2’-project. En die liep bij mij volledig uit de hand.

“Hoe mijn A2-project volledig uit de hand liep.” verder lezen

De apps die ik gebruik tijdens mijn PhD.

Het heeft even geduurd, maar na bijna vier jaar weet ik nu eindelijk hoe ik het beste werk. Dat heeft niet alleen te maken met de tijden waarop ik dingen doe – zo schrijf ik het liefste aan het einde van de dag, doe ik programmeerdingen juist in de ochtend en check ik mijn mail het liefste niet – maar ook met de apps die ik gebruik om mijn werk gedaan te krijgen. In het begin vond ik iedere maand wel een paar apps waar ik enthousiast over was en die alle problemen op zouden lossen, maar vaak was het bijhouden en gebruiken van die apps tijdrovender dan het doen van onderzoek. De lijst met apps die ik wel echt gebruik is dan ook niet heel spannend, maar inmiddels kan ik niet meer zonder. Welke apps dat dan zijn? Nou, dat ga ik dus vertellen. Komt ie. “De apps die ik gebruik tijdens mijn PhD.” verder lezen