PhD-update: wat doe je nu dan?

Omdat ik twee maanden geleden nogal labiel reageerde op de vraag ‘Bregje, hoe is het met je PhD en weet je al wat je daarna gaat doen?‘, durft nu bijna niemand in mijn omgeving dat meer te vragen. Ik heb heerlijk genoten van die rust, maar dan is nu toch eindelijk tijd om die vraag (proberen) te beantwoorden.

Status PhD:

Mijn PhD is af. Vind ik. Er staan ongetwijfeld paginanummers verkeerd, figuren zijn vast verkeerd uitgelijnd en er staan woorden in die niet tot de Engelse taal behoren, maar ik kan het ding niet meer zien – funny because it’s true. Na mijn persoonlijke uiterlijkste uiterlijke deadline (1 juli) heb ik helaas nog wel een paar dagen aan de inhoud van de hoofdstukken besteed, maar dat was pas na mijn vakantie van 2 weken. Mijn PhD zelf, inclusief stellingen, is sinds de 2e week van augustus af, maar ik wacht nog steeds totdat mijn commissie gevormd is. Voor die tijd kan ik mijn boekje niet officieel inleveren en voelt het toch nog niet helemaal af. Mijn commissie moet uiterlijk voor 8 oktober gevormd zijn, anders moet mijn verdediging weer 3 maanden uitgesteld worden en daar heb ik bijzonder weinig zin in. De hele maand oktober ga ik mijzelf InDesign aanleren om de boel een beetje professioneel op te maken en er moet ook nog een cover komen bedenk ik mij net. Nou, dat komt vast ook wel goed.

Status leven:

Zoals in mijn vorige blog al te lezen was heb ik een paar weken bijzonder weinig gedaan om mijn leven weer een beetje terug te krijgen. Dat is gelukt. Ik ben inmiddels expert op het gebied van intens slechte films op Netflix. Ook fietste ik rondjes door Nederland – oké oké, omgeving Wageningen – opzoek naar de lekkerste appeltaart. Ik dacht dat er in mijn hoofd al best wel weer plek was voor een nieuw project, maar dat was er niet, waardoor ik bij 4 stukken appeltaart ben blijven hangen. Gelukkig heb ik als het goed is nog genoeg tijd om die lekkerste appeltaart te vinden (tips zijn altijd welkom) en ben ik in de tussentijd bij gebrek aan lacrosse een beetje verliefd geworden op fietsen. Ik reisde een paar keer af naar de grote stad om met vriendinnetjes te zeilen en bier te drinken. Ik ben gestopt met iedere dag een reep chocola eten en soms lukt het mij gewoon om voldoende groente of fruit per dag te eten (‘en’ is een beetje teveel van het goede). Ik doe al weer twee weken braaf mij balansoefeningen, dus het lijkt erop dat ik inmiddels weer zowel mentaal als fysiek in balans aan het komen ben, waardoor je wel zou kunnen stellen dat mijn leven wel weer redelijk op de rit is.

Status werk:

Ik ben dus alleen wel nog steeds werkeloos. Ik vind het heel leuk om dat te zeggen, omdat mensen heel ongemakkelijk worden van het woord. In principe zijn er honderden PhD-studenten die in exact dezelfde situatie zitten (over je contract heen, maar nog niet gepromoveerd zijn) en zichzelf niet werkeloos noemen, maar ik vind dat je het beestje gewoon bij zijn naam moet noemen. Je wordt niet meer betaald voor je werk, dus dan ben je werkeloos. Punt. Dit is tevens een pleidooi voor het feit dat het onzin is dat er zo makkelijk gedaan wordt over uitlopen bij PhD studenten.

In de laatste weken van mijn PhD vond ik dan ook dat ik per 1 september een baan moest hebben. Ik solliciteerde, werd aangenomen, maar had geen flauw idee wat ik nu eigenlijk wilde en besloot gelukkig op tijd om dan de keuze maar even uit te stellen. Charlotte vertelde mij iets over cultuurshock en dat je dan een paar weken geen grote beslissingen mocht nemen, dus ik besloot dat die regel ook wel voor mij gold. Ik solliciteerde dus niet meer, ging wel bijna betaald onderzeeërs onzichtbaar maken (geen grap) en werd intens veel gebeld door recruiters en HR mensen. Nu vind ik recruiters maar ingewikkeld. Ze bellen de hele tijd op momenten dat je andere dingen aan het doen bent, zoals appeltaart eten met je moeder, en dan verwachten ze dat je per direct terugbelt. Sorry recruiters, ik heb ook als werkeloze best een prima leven en vrij veel andere dingen te doen, dus ik zit niet de hele dag naast mijn telefoon op je telefoontje te wachten. Of je spreekt met mij een precieze tijd af, of je hebt pech. Jij wilt mensen voor je vacature, ik vermaak me best met een blik bier op de bank.

Nu zit ik wel degelijk best vaak met een blik bier op de bank. Helaas geen Schultenbrau, maar 0.0, maar het gaat om het idee, toch? Ondertussen ben ik wel bezig met wat ik hierna wil doen. Het toverwoord is ‘data’. Nu mag ik op gesprek komen voor een functie van twee jaar en die baan lijkt mij best wel fantastisch, maar ik weet ook al dat ik vrij veel concurrentie heb en dat ik heel erg intensief beoordeeld ga worden. Afgelopen weken zat ik dan ook weer braaf achter mijn computer om mijn programmeerskills weer wat op te poetsen. Ik las over machine learning technieken, plotte wat data voor een collega en vogelde uit hoe ik met mensen aan een project kan samenwerken via GIT zonder dat ik alles in de soep laat lopen. Uitspreken dat ik nu dus voor een specifieke vacature ga en dat ik die heel graag zou willen hebben vind ik mega eng, want in mijn hoofd is het een totale afgang als ik het niet word. Gelukkig heb ik van afgelopen maanden geleerd dat ik best wel wat minder naar mijn hoofd mag luisteren, dus mocht ik het niet worden, dat komt er echt wel wat anders. Ik maak me niet zoveel zorgen en gelukkig de mensen om mij heen ook niet – of ze houden dat heel erg goed voor mij verborgen, maar dat is ook helemaal prima.

Status overall:

Het gaat dus goed. Ik zou zeggen 3 van de 5 sterren.

Dit was het. Doei.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *